ECLI:NL:RBALM:2010:BO0546
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing sanering oprit en erfverharding onder Saneringsregeling asbestwegen derde fase
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor sanering van asbest op zijn oprit en erfverharding onder de Saneringsregeling asbestwegen derde fase, welke door verweerder is afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks bezwaren van verweerder over subsidiëring en procesbelang.
De kern van het geschil betreft de vraag of de oprit en erfverharding voldoen aan het vereiste van een duurzame afscherming van het asbest. Verweerder heeft dit getoetst aan een interne richtlijn waarin een verband in de elementverharding en het ingesloten liggen van klinkers tussen banden bepalend zijn. De rechtbank past een marginale toets toe en concludeert dat verweerder in redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen dat er sprake is van duurzame afscherming.
Eiser stelde dat de oprit verzakt is en dat onderhoud nodig is, maar dit doet volgens de rechtbank niet af aan de conclusie van verweerder. Ook is niet gebleken dat verweerder toezeggingen heeft gedaan over sanering. De hoorcommissie adviseerde een smalle strook naast de oprit als niet duurzaam afgeschermd te beschouwen, maar verweerder heeft dit advies niet gevolgd en de rechtbank steunt deze beslissing.
Gelet op de tekst van de regeling kan een strook grond naast de oprit niet als weg worden aangemerkt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de saneringsaanvraag wordt gehandhaafd.