ECLI:NL:RBALM:2010:BO1386
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen diefstal met geweld en afpersing in woning Enschede
Op 24 maart 2010 pleegde medeverdachte een overval in de woning van de schoonzus van verdachte in Enschede, waarbij geweld werd gebruikt om geld, mobiele telefoons en bankpassen te stelen. Verdachte was de initiatiefnemer en instrueerde zijn medeverdachte om geweld te gebruiken tegen zijn schoonzus, met het oogmerk wederrechtelijke toe-eigening.
De rechtbank oordeelde dat verdachte en medeverdachte nauwe en bewuste samenwerking hadden, waardoor zij beiden als medeplegers van diefstal met geweld en afpersing moesten worden aangemerkt. Verdachte reed de medeverdachte naar de woning, gaf instructies en haalde hem na de overval weer op.
De slachtoffers ervoeren de overval als zeer beangstigend, met blijvende negatieve gevolgen. Verdachte heeft een strafblad en vertoonde geen berouw. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden op, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met toezicht van de reclassering.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan drie benadeelde partijen, deels inclusief immateriële schade, en werd een speelgoedpistool dat in beslag was genomen onttrokken aan het verkeer.
De rechtbank verwierp het verweer van verdachte dat hij slechts een vriendendienst had verleend en sprak hem vrij van andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar en 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, en tot betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers.