ECLI:NL:RBALM:2010:BO4324
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte na ontbinding vennootschap onder firma
De verhuurder vordert ontbinding van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte, gesloten met een vennootschap onder firma (v.o.f.) die inmiddels is ontbonden. Omdat de v.o.f. niet meer bestaat, worden de voormalige vennoten gedagvaard. Eén vennoot heeft de onderneming voortgezet als eenmanszaak.
De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van contractsovername zoals bedoeld in artikel 6:159 BW Pro, noch van een indeplaatsstelling ex artikel 7:307 BW Pro. De ontbinding van de huurovereenkomst wordt daarom afgewezen, evenals de gevorderde ontruiming die daarmee samenhangt.
Wel veroordeelt de rechtbank de gedaagden hoofdelijk tot betaling van de huurachterstand over januari tot en met mei 2010 en tot betaling van de huur vanaf juni 2010 tot het einde van de huurovereenkomst. De gevorderde wettelijke rente wordt afgewezen wegens onzekerheid over verzuim. De gevorderde schadevergoeding wegens huurderving na ontbinding wordt afgewezen omdat de ontbinding niet wordt toegewezen.
De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelt de gedaagden in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen; gedaagden worden veroordeeld tot betaling van achterstallige en lopende huurverplichtingen.