ECLI:NL:RBALM:2010:BO5395
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen IMCD inzake schending concurrentie- en geheimhoudingsbeding door voormalig werknemer
Op 1 oktober 2006 trad [gedaagde] in dienst bij IMCD Benelux B.V. als Product Manager Coatings. In zijn arbeidsovereenkomst was een concurrentie- en geheimhoudingsbeding opgenomen dat hem verbood binnen twee jaar na beëindiging van het dienstverband concurrerende producten te verkopen of vertrouwelijke informatie te delen.
Na beëindiging van het dienstverband per 31 december 2009 richtte [gedaagde] op 25 januari 2010 Euro-Chemicals GmbH op. IMCD stelde dat [gedaagde] het concurrentiebeding schond door via Euro-Chemicals GmbH en Euro-Chemicals B.V. concurrerende producten aan klanten aan te bieden en vertrouwelijke informatie te verstrekken. IMCD vorderde onder meer een boete en een verbod op verdere overtredingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat IMCD onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Euro-Chemicals GmbH concurrerende producten verkocht of dat [gedaagde] vertrouwelijke informatie had verstrekt aan Euro-Chemicals B.V. Ook was niet duidelijk of Euro-Chemicals GmbH en Euro-Chemicals B.V. daadwerkelijk samenwerken. De vorderingen van IMCD werden daarom afgewezen.
Daarnaast vorderde [gedaagde] beperking van het concurrentiebeding tot de verkoop van grondstoffen voor coatings in Nederland, maar deze vordering werd eveneens afgewezen omdat een voorlopige voorzieningenprocedure niet geschikt is voor een constitutieve uitspraak over matiging van het beding.
De rechtbank veroordeelde IMCD in de proceskosten en wees de reconventionele vordering van [gedaagde] af.
Uitkomst: De vorderingen van IMCD wegens schending concurrentie- en geheimhoudingsbeding zijn afgewezen wegens onvoldoende bewijs.