ECLI:NL:RBALM:2010:BO6724
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling concurrentiebeding en boetevordering in samenwerkingsovereenkomst speelgoedbranche
In deze zaak staat centraal de vraag of eiser gebonden is aan een concurrentiebeding uit een samenwerkingsovereenkomst tussen Otto Simon en een vennootschap onder firma waarvan eiser vennoot is. Eiser vordert onder meer dat Otto Simon wordt verboden uitvoering te geven aan het concurrentiebeding en het opleggen van boetes.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het concurrentiebeding na beëindiging van de overeenkomst alleen nog geldt voor de contractant en niet voor Otto Simon, zodat een verbod gericht tegen Otto Simon niet kan worden toegewezen. Tevens wordt een vordering tot schorsing van het concurrentiebeding afgewezen omdat eiser geen bodemprocedure is gestart en de feiten niet zonder nadere bewijsvoering kunnen worden vastgesteld.
In reconventie vordert Otto Simon betaling van boetes wegens schending van het concurrentiebeding door eiser. De voorzieningenrechter verklaart Otto Simon niet-ontvankelijk omdat geen spoedeisend belang is gesteld of gebleken. De kosten van het geding worden aan eiser opgelegd.
Uitkomst: Vorderingen van eiser worden afgewezen en Otto Simon wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar boetevordering.