ECLI:NL:RBALM:2010:BO8405
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en schadevergoeding effectenleaseovereenkomsten wegens ontbreken vergunning en zorgplicht
De rechtbank Almelo behandelde een civiele zaak tussen [eiser 1] en [eiseres 2] enerzijds en Dexia Bank Nederland N.V. anderzijds, over effectenleaseovereenkomsten uit 2000. [eiser 1] sloot twee WinstVer10Dubbelaar-effectenleaseovereenkomsten met de toenmalige Bank Labouchere, rechtsvoorganger van Dexia. De overeenkomsten betroffen leningen voor aankoop van certificaten met een looptijd van 10 jaar. Betalingen werden gedaan vanaf een en/of rekening op naam van beide echtelieden, maar de overeenkomsten waren niet mede door [eiseres 2] ondertekend.
[eiseres 2] stelde dat zij geen toestemming had gegeven en beriep zich op vernietiging van de overeenkomsten op grond van artikel 1:88 lid 1 sub d juncto Pro 1:89 BW. Dexia voerde verjaring aan en stelde dat de Wet op het Consumentenkrediet niet van toepassing was, waardoor de overeenkomsten niet nietig waren. De rechtbank oordeelde dat de Wet op het Consumentenkrediet wel van toepassing was en dat Dexia geen vergunning had, waardoor de overeenkomsten nietig zijn. Tevens werd geoordeeld dat Dexia haar zorgplicht jegens [eiser 1] had geschonden.
De rechtbank wees een schadevergoeding toe aan [eiser 1] en [eiseres 2] ter hoogte van € 931,57, rekening houdend met de restschulden en inleg. Verder werd geoordeeld dat het voorshands bewezen is dat [eiseres 2] vóór 12 oktober 2001 kennis had van de overeenkomsten via de en/of rekening, maar dat partijen tegenbewijs mochten leveren. De procedure werd aangehouden voor verdere beslissingen en een enquête gepland.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomsten zijn nietig, Dexia moet € 931,57 schadevergoeding betalen en partijen mogen tegenbewijs leveren over kennis echtgenote.