ECLI:NL:RBALM:2011:BP1074
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Jordaans
- Elferink
- Taalman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overschrijding termijn vervolging
De rechtbank Almelo behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van mishandeling met een waterkanon tijdens een oefening als brandweerman. Het gerechtelijk vooronderzoek werd gesloten op 13 augustus 2010, maar de dagvaarding vond pas plaats op 28 oktober 2010, wat de wettelijke termijn van twee maanden overschreed zoals bepaald in artikel 244 Wetboek Pro van Strafvordering.
De officier van justitie voerde aan dat de overschrijding niet tot niet-ontvankelijkheid moest leiden omdat de dagvaarding kort na de termijn plaatsvond en verdachte rekening moest houden met vervolging. De rechtbank oordeelde echter dat de termijnoverschrijding voor risico van het openbaar ministerie komt, aangezien tijdig en correct melding was gedaan van sluiting van het onderzoek en geen verlenging was aangevraagd.
Het doel van artikel 244 Sv Pro is om verdachte duidelijkheid te geven over vervolging. De rechtbank stelde vast dat verdachte na het verstrijken van de termijn mocht aannemen niet vervolgd te worden, mede omdat het openbaar ministerie de zaak aanvankelijk had geseponeerd. Er waren geen nieuwe bezwaren en het algemeen belang eiste geen vervolging.
Daarom werd de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard en kwam de rechtbank niet toe aan inhoudelijke beoordeling. De eerdere artikel 12-procedure stond hieraan niet in de weg. De persoonlijke gevolgen voor de aangever werden erkend, maar wogen niet op tegen het belang van niet-vervolging.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor vervolging.