ECLI:NL:RBALM:2011:BP1621
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ontucht met minderjarige dochter met contactverbod
Verdachte heeft zich tussen 3 april 1988 en 3 april 1994 schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met zijn minderjarige dochter, waarbij hij onder meer haar lichaam, vagina en schaamlippen betastte en seksuele handelingen verrichtte in de huiselijke omgeving. Het slachtoffer heeft hierdoor ernstige psychische schade opgelopen en volgt nog steeds therapie.
De rechtbank heeft het bewijs gebaseerd op de gedetailleerde aangifte van het slachtoffer, de verklaringen van de moeder en verdachte zelf, en concludeert dat de handelingen bewezen zijn. Verdachte legde deels de verantwoordelijkheid bij het slachtoffer en verwees naar zijn verleden, maar de rechtbank verwierp zijn verweren.
De rechtbank achtte de handelingen strafbaar onder artikel 249 Sr Pro en veroordeelde verdachte tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een contactverbod opgelegd om het slachtoffer te beschermen. De rechtbank hield geen rekening met het tijdsverloop tussen het plegen van de feiten en de aangifte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een contactverbod ter bescherming van het slachtoffer.