ECLI:NL:RBALM:2011:BP8265
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- H.J. Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontslag op staande voet bij vermoedelijke handel met voorwetenschap
De zaak betreft een kort geding aangespannen door een directiesecretaresse van Grolsch, die op staande voet werd ontslagen wegens het vermeend doorspelen van voorwetenschap over de overname van Grolsch door SABMiller aan haar partner. De werknemer ontkent relevante voorwetenschap te hebben gehad en stelt dat haar verklaringen onder druk zijn afgelegd.
Grolsch baseert het ontslag op drie dringende redenen: het schenden van de geheimhoudingsplicht door het delen van informatie met haar partner, het afleggen van onware verklaringen tijdens gesprekken over de verdenking van handelen met voorwetenschap, en het verzwegen van relevante informatie. Daarnaast is sprake van een strafrechtelijke veroordeling van familieleden wegens handel met voorwetenschap.
De rechtbank weegt de verklaringen van de werknemer en het bewijs, waaronder eerdere vonnissen en verklaringen van betrokkenen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de verklaringen onrechtmatig zijn verkregen en sluit zich aan bij het oordeel van de strafrechtelijke rechtbank dat de verklaringen betrouwbaar zijn.
Gezien het spoedeisend belang en de voorshands vastgestelde feiten acht de rechtbank het ontslag op staande voet gerechtvaardigd en wijst de vordering van de werknemer af. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de rechtmatigheid van het ontslag op staande voet.