ECLI:NL:RBALM:2011:BP9014
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing geldvordering wegens niet-nakoming leningsovereenkomst voor vennootschapsoprichting
In deze zaak vordert eiser betaling van €18.000 die hij aan gedaagde heeft geleend voor de oprichting van een vennootschap. Gedaagde erkent de schuld, maar stelt niet te kunnen betalen omdat de overwaarde van zijn verkochte woning deels is gebruikt voor schulden en gokken.
Eiser heeft een spoedeisend belang bij toewijzing omdat hij het bedrag zelf van de bank heeft geleend en maandelijks rente moet betalen. De voorzieningenrechter acht de vordering voldoende aannemelijk en erkend door gedaagde, waardoor het restitutierisico gering is.
De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van €18.000 binnen zeven dagen en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee wordt de vordering van eiser volledig toegewezen in kort geding.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €18.000 aan eiser binnen zeven dagen, uitvoerbaar bij voorraad.