ECLI:NL:RBALM:2011:BP9480
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.R. Van der Winkel
- G.J. Stoové
- E.C.M. August de Meijer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen alle rechters in Nederland
Verzoeker heeft bij de rechtbank Almelo een wrakingsverzoek ingediend tegen alle rechters in Nederland, inclusief de kantonrechter die op dat moment dienstdeed, wegens vermeende onbevoegdheid van deze rechters. Hij stelde dat alle benoemingen van rechters ongeldig zijn omdat deze door een onbevoegde koningin en minister zijn gedaan, waardoor rechters een eigen belang zouden hebben bij instandhouding van het systeem.
De wrakingskamer behandelde het verzoek tijdens een zitting waarbij verzoeker zijn standpunt toelichtte. De rechtbank overwoog dat een wrakingsverzoek gericht moet zijn tegen de rechters die de betreffende zaak behandelen en gebaseerd moet zijn op concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van die rechters aantasten. Het verzoek was echter gericht tegen alle rechters in Nederland en bevatte geen concrete, op de betrokken rechters toegespitste feiten.
De rechtbank oordeelde dat een wrakingsprocedure niet geschikt is om de algemene onbevoegdheid van alle rechters te toetsen. Bovendien was er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd aangehaald, waarin wordt aangenomen dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.
Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Een van de rechters was niet in de gelegenheid de beschikking mede te ondertekenen.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen alle rechters in Nederland wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete feiten en ongeschiktheid van de wrakingsprocedure.