ECLI:NL:RBALM:2011:BQ2975
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- J.H. van der Veer
- Rechtspraak.nl
Executoriale verkoop kantoorinventaris toegestaan ondanks belangen belastingplichtigen
De rechtbank Almelo behandelde een kort geding tussen de besloten vennootschappen Claudy Fashion B.V. en Rufa Holding B.V. enerzijds en de Ontvanger van de Belastingdienst Oost anderzijds. De Ontvanger had executoriaal beslag gelegd op de volledige kantoorinventaris van de ondernemingen wegens belastingschulden, met een geplande executoriale verkoop.
Claudy en Rufa vorderden een verbod op deze executoriale verkoop en rectificatie van de gepubliceerde verkoop, stellende dat de verkoop hun ondernemingen zou beëindigen en dat de opbrengst onvoldoende zou zijn om de schuld te dekken. Zij boden een betalingsregeling aan die de verwachte opbrengst van de executie overtrof.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid van de Ontvanger om executoriaal beslag te leggen een zwaarwegend algemeen belang dient en dat dit in uitzonderlijke gevallen kan wijken voor individuele belangen. In dit geval was er geen sprake van misbruik van bevoegdheid of onrechtmatig handelen door de Ontvanger. De belangen van de ondernemingen wogen niet zwaarder dan het belang van de belastinginning. De vorderingen werden afgewezen en Claudy en Rufa werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op executoriale verkoop af en bevestigt dat de Ontvanger bevoegd is tot executoriale verkoop ondanks het nadeel voor de belastingplichtigen.