ECLI:NL:RBALM:2011:BQ5654

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
18 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
120222 / KG ZA 11-95
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 127 RvArtikel 9.1 Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen proceskostenveroordeling na intrekking kort geding door eiseres

LBN Betonproducten B.V. heeft een kort geding aangespannen tegen de Gemeente Enschede en een andere gedaagde. Voor de zitting op 11 mei 2011 trok LBN het kort geding in. De gedaagden verzochten daarop alsnog een proceskostenveroordeling tegen LBN wegens de intrekking.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de intrekking van een kort geding niet in de wet is geregeld en dat een analogische toepassing van artikel 127 Rv Pro. niet passend is vanwege de procedurele kenmerken van het kort geding. Het procesreglement kort gedingen bevat wel een bepaling die intrekking tot het moment van uitroeping toestaat zonder proceskostenveroordeling.

Ondanks de mogelijke laakbaarheid van het handelen van LBN, oordeelde de voorzieningenrechter dat geen reden bestaat om van deze regel af te wijken. De zaak is ingetrokken en daarmee niet meer aanhangig, zodat geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af na intrekking van het kort geding.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht
zaaknummer: 120222 / KG ZA 11-95
datum vonnis: 18 mei 2011 (gww)
Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LBN Betonproducten B.V.,
gevestigd te Utrecht, kantoorhoudende te Drachten,
eiseres,
verder te noemen LBN,
advocaat: aanvankelijk mr. Th. Dankert te Leeuwarden, nadien mr. R.H. Knegtering te Leeuwarden,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
Gemeente Enschede,
zetelende te Enschede,
verder te noemen: de Gemeente,
gedaagde,
advocaat: mr. G.J. van de Wetering te Enschede,
2. [gedaagde 2],
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,
verder te noemen [gedaagde 2],
gedaagde,
advocaat: mr. J.S.O. den Houting te Amsterdam.
De procedure
1. LBN heeft de Gemeente en [gedaagde 2] bij exploit van dagvaarding van 29 april 2011 in kort geding gedagvaard tegen de zitting van 11 mei 2011 te 14:30 uur.
2. LBN heeft bij faxbericht van haar advocaat van 11 mei 2011 te 12:29 uur, bericht dat zij dit kort geding intrekt.
3. Namens de Gemeente heeft haar advocaat bij faxbericht van 11 mei 2011 te 13:08 uur verzocht om het kort geding doorgang te laten vinden, met veroordeling van LBN in de proceskosten, vermeerderd met alle door de Gemeente gemaakte kosten voor rechtsbijstand.
4. De voorzieningenrechter heeft op 11 mei 2011 de zaak voorwaardelijk doen uitroepen. Ter zitting zijn mr. Van de Wetering namens de Gemeente en mr. J.S.O. den Houting namens [gedaagde 2] verschenen.
De beoordeling van het geschil
5. De Gemeente en [gedaagde 2] verzoeken de voorzieningenrechter om alsnog, ondanks de intrekking van de kort geding dagvaarding door LBN, een proceskostenveroordeling ten laste van LBN uit te spreken, inclusief de kosten van rechtsbijstand. De Gemeente en [gedaagde 2] menen dat daarvoor ruimte moet zijn, wegens de laakbare handelwijze van LBN als het gaat om de intrekking van de kort geding dagvaarding. Zij verwijzen daartoe onder meer naar het bepaalde in artikel 127 Rv Pro., welk artikel volgens de Gemeente en [gedaagde 2] analoog kan worden toegepast op de kort geding procedure.
6. De voorzieningenrechter overweegt dat de intrekking van een kort geding dagvaarding als zodanig niet in de wet is geregeld. Een analogische toepassing van het bepaalde in artikel 127 Rv Pro. ligt niet in de rede. In de eerste plaats is er geen rol voor kort gedingen. Er is weliswaar een geautomatiseerd systeem om één en ander te registreren en te administreren, maar dat systeem kan niet worden aangemerkt als de rol zoals bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In de tweede plaats verzet de aard van de kort geding procedure als zodanig zich ook tegen een analogische toepassing van artikel 127 Rv Pro. Het kort geding kenmerkt zich immers door de flexibiliteit van de procedure. Een eiser heeft een snelle ingang bij de rechter en ook de rechtsgang zelf kenmerkt zich mede door een gering aantal formele regels. Dat rechtvaardigt naar het oordeel van de voorzieningenrechter een beperking van de mogelijkheden om verder te procederen over andere aspecten dan de zaak zelf. Een gedaagde kan, anders dan bij een rolprocedure, de zaak niet zelf doen inschrijven.
7. In tegenstelling tot het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, bevat het Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie wel enige bepaling over de intrekking van een kort geding dagvaarding. Deze bepaling zijn weliswaar geen algemeen verbindende voorschriften, maar zij binden de rechter wel op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging en lenen zich naar hun inhoud en strekking om jegens de daarbij betrokkenen als rechtsregels te worden toegepast.
8. Uit artikel 9.1 van het procesreglement volgt dat de eisende partij het kort geding kan intrekken tot het moment dat de zaak is uitgeroepen. De tweede zin van artikel 9.1 bepaalt expliciet dat de voorzieningenrechter in het geval van intrekking van de kort geding dagvaarding geen kostenveroordeling uitspreekt. In het onderhavige geval is geen aanleiding, hoe laakbaar en mogelijkerwijs onrechtmatig de handelwijze van LBN onder de gegeven omstandigheden ook kan zijn, om van voornoemde bepaling af te wijken. De zaak is niet (meer) aanhangig.
De beslissing
De voorzieningenrechter:
stelt vast dat de zaak is ingetrokken.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 mei 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.