ECLI:NL:RBALM:2011:BQ9130
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Lorist
- Verhoeven
- Zweers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot het doen uitgaan van een buitenlandse rogatoire commissie in civiele procedure
Gyllentorget Brands B.V. verzocht de rechtbank om vier getuigen die in het buitenland wonen via een rogatoire commissie te horen. Deze getuigen wonen in New York, Zuid-Afrika en Duitsland. De curator in de faillissementen van Trost Group International B.V. en Trost Group B.V. voerde verweer tegen dit verzoek.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 176 van Pro het Burgerlijk Procesrecht en het Haags Bewijsverdrag. De rechter stelde vast dat het doen uitgaan van een buitenlandse rogatoire commissie niet verplicht is en dat getuigen ook door de Nederlandse rechter kunnen worden opgeroepen om in Nederland te verschijnen. De rechtbank verwees naar een recente uitspraak van de Hoge Raad die deze interpretatie ondersteunt.
Na een comparitie van partijen concludeerde de rechtbank dat Gyllentorget onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de getuigen niet bereid zijn om in Nederland te verschijnen. Ook de bezwaren over de Nederlandse taal en het proces werden niet voldoende onderbouwd. Gezien het verzet van de curator en de belangen van alle partijen werd het verzoek afgewezen.
Gyllentorget werd veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar de civiele rol voor verdere behandeling met een dagbepaling voor een enquête.
Uitkomst: Het verzoek tot het doen uitgaan van een buitenlandse rogatoire commissie wordt afgewezen.