ECLI:NL:RBALM:2011:BQ9740
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.C.M. August de Meijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op onvoorwaardelijke pensioenindexering voor arbeidsongeschikte werknemer
De zaak betreft een arbeidsongeschikte werknemer die sinds 1992 een WAO-uitkering ontvangt en premievrij pensioen heeft opgebouwd tot zijn pensioendatum in 2007. Hij vordert dat zijn pensioenaanspraken conform het pensioenreglement van 1987 onvoorwaardelijk worden geïndexeerd, ook na pensionering. De werkgever Aveco stelt dat voor hem het pensioenreglement 2001 geldt, waarin geen onvoorwaardelijk recht op indexatie is opgenomen, en dat wijziging van pensioenrechten voor gepensioneerden en slapers mogelijk is onder zwaarwegende omstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat de pensioen- en spaarfondsenwet en de Pensioenwet wijziging van rechten en plichten toelaten indien dit in het pensioenreglement is opgenomen en er zwaarwegende belangen zijn. Voor gepensioneerden en slapers geldt dat hun uitgewerkte rechtsverhouding niet eenzijdig kan worden gewijzigd zonder instemming. Echter, voor toekomstige toeslagen is dit anders. Gezien de situatie van de werknemer, die tot 2003 tegen 20% loonwaarde bleef werken en gebonden was aan CAO-afspraken met voorwaardelijke indexering, en de financiële situatie van de pensioenuitvoerder, acht de kantonrechter het onaanvaardbaar dat slapers en gepensioneerden een gunstiger positie krijgen dan jongere generaties.
De vorderingen worden afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak van evenwicht tussen solidariteit binnen pensioenregelingen en de financiële realiteit van pensioenfondsen.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tot onvoorwaardelijke pensioenindexering worden afgewezen.