ECLI:NL:RBALM:2011:BR6153
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Koopmans
- Zweers
- Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en ambtshalve verwijzing in geschil over merkinbreuk en handelsnaamrecht tussen Prescan en Privatescan
In deze civiele procedure tussen Prescan B.V. en Privatescan B.V. staat de vraag centraal of er sprake is van merkinbreuk, handelsnaaminbreuk en onrechtmatig handelen. Prescan vordert onder meer staking van het gebruik van het teken 'privatescan' en andere overeenstemmende tekens, alsmede schadevergoeding. Privatescan betwist deze vorderingen en vordert in reconventie onder meer de nietigverklaring van het woordmerk 'Prescan'.
De rechtbank stelt vast dat een deel van de vorderingen betrekking heeft op inbreuk op drie Gemeenschapsmerken van Prescan. Volgens de Verordening 207/2009 en de Uitvoeringswet GMV is de rechtbank Den Haag exclusief bevoegd voor geschillen over Gemeenschapsmerken. De rechtbank Almelo onderzoekt ambtshalve haar bevoegdheid en concludeert dat zij niet bevoegd is voor deze onderdelen van het geschil.
Vanwege de nauwe samenhang (connexiteit) van de vorderingen verwijst de rechtbank ambtshalve ook de overige onderdelen van het geschil naar de rechtbank Den Haag om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen en de proceseconomie te dienen. De rechtbank wijst op het ontbreken van een expliciete wettelijke grondslag voor ambtshalve verwijzing, maar acht deze gerechtvaardigd in het belang van een efficiënte procesvoering.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de gehele zaak naar de rechtbank Den Haag, die als rechtbank voor het Gemeenschapsmerk exclusief bevoegd is om over de merkinbreuk en aanverwante vorderingen te oordelen.
Uitkomst: Rechtbank Almelo verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak ambtshalve naar de rechtbank Den Haag wegens exclusieve bevoegdheid voor Gemeenschapsmerken.