ECLI:NL:RBALM:2011:BR6207
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- E.C.M. August de Meijer
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband docent zonder onderwijsbevoegdheid in het voortgezet onderwijs
De zaak betreft een docent wiskunde zonder onderwijsbevoegdheid die na drie opeenvolgende tijdelijke contracten aanspraak maakte op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van artikel 7:668a BW. De docent had echter niet voldaan aan de verplichting om binnen twee jaar zijn onderwijsbevoegdheid te behalen, zoals vereist op grond van artikel 33 lid 4 van Pro de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Beroepen in het Onderwijs (Wet BIO).
De kantonrechter overweegt dat de WVO en Wet BIO een specifiek ontslagstelsel voor onbevoegde leraren bevatten dat prevaleert boven het reguliere arbeidsrecht, waaronder de Flexwet. Dit betekent dat het tijdelijke dienstverband van de docent rechtsgeldig kon worden beëindigd ondanks het ontbreken van een onderwijsbevoegdheid en ondanks het feit dat de docent meerdere tijdelijke contracten had gehad.
De docent had zijn studie voortijdig gestaakt en geen voortgang meer geboekt, terwijl het Carmelcollege hem voldoende had gefaciliteerd en duidelijk had gemaakt dat voortzetting zonder bevoegdheid niet mogelijk was. De vorderingen van de docent tot voortzetting van het dienstverband en betaling van salaris werden daarom afgewezen.
Het verzoek van het Carmelcollege tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd niet ontvankelijk verklaard omdat dit niet via een verzoekschrift was ingediend. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het tijdelijke dienstverband van de onbevoegde docent is rechtsgeldig beëindigd en de vorderingen tot voortzetting worden afgewezen.