ECLI:NL:RBALM:2011:BT2039
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing provisionele vordering inzake pensioenverevening na echtscheiding
Eiseres, ex-echtgenote van gedaagde sub 2, vordert betaling van haar pensioenvereveningsaanspraken die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd bij Springer B.V. en gedaagde sub 2. Zij stelt dat zij recht heeft op de helft van het ouderdomspensioen en verlangt dat Springer B.V. en gedaagde sub 2 hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van het benodigde bedrag ter afstorting bij een verzekeringsmaatschappij.
In het incident vordert eiseres dat Springer B.V. en gedaagde sub 2 binnen zes weken de berekeningen en onderliggende stukken overleggen waaruit de hoogte van haar pensioenvereveningsaanspraak blijkt, onder dreiging van een dwangsom. Zij vreest dat de pensioengelden door gedaagde sub 2 onttrokken zullen worden, waardoor haar aanspraken illusoir worden.
De rechtbank overweegt dat de provisionele vordering samenhangt met de hoofdzaak, maar dat onvoldoende aannemelijk is dat de vordering in de hoofdzaak zal worden toegewezen. Er bestaat onduidelijkheid over de juiste partijen, aangezien de pensioenuitvoering bij een andere vennootschap is ondergebracht. Gezien deze onzekerheid en de proceskansen, weegt het belang van eiseres niet zwaarder dan dat van Springer B.V. en gedaagde sub 2. Daarom wijst de rechtbank de provisionele vordering af.
Eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling, met een termijn voor het nemen van een conclusie van antwoord door Springer B.V. en gedaagde sub 2.
Uitkomst: De provisionele vordering tot betaling van pensioenvereveningsaanspraken wordt afgewezen wegens onzekerheid over de juiste partijen en proceskansen.