ECLI:NL:RBALM:2011:BU4626

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
2 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
122658 / HA ZA 11-606
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.G. Vermeulen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:248 lid 1 BWArt. 2:248 lid 2 BWArt. 6:162 BWArt. 2 EG-verordening nr. 805/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurder aansprakelijk voor boedeltekorten na faillissement van drie BV's

De rechtbank Almelo heeft geoordeeld dat de bestuurder van Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en Just Nautic B.V. zijn taken kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Dit was een belangrijke oorzaak van de faillissementen van deze vennootschappen. Hierdoor is de bestuurder jegens de failliete boedels aansprakelijk voor de tekorten.

Daarnaast werd vastgesteld dat de besloten vennootschappen Compublica B.V. en Crossmedia Investments B.V. onrechtmatig hebben gehandeld en hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van de gezamenlijke schuldeisers, bestaande uit het boedeltekort. De rechtbank veroordeelde de gedaagden hoofdelijk tot betaling van een voorschot van €850.000,- en het gehele boedeltekort, vermeerderd met boedelschulden en onder aftrek van het voorschot.

Het verzoek tot waarmerking van het vonnis als Europese executoriale titel werd afgewezen omdat de vorderingen nauw samenhangen met de insolventieprocedure en buiten het toepassingsgebied van de EET-Verordening vallen. De kosten van het geding werden aan de gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Bestuurder en BV's worden hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor betaling van boedeltekorten en bijkomende kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector civiel recht
zaaknummer: 122658 / HA ZA 11-606
datum vonnis: 2 november 2011 (n)
Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:
mr. Mink Maurits Jan Severiens q.q.,
in hoedanigheid van curator in de faillissementen van
de besloten vennootschappen Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V.
en Just Nautic B.V.,
wonende te Enschede,
eiser q.q.,
advocaat: mr. M.M.J. Severiens te Enschede,
tegen
1.
[gedaagde sub 1],
wonende te [woonplaats],
verder te noemen [gedaagde sub 1],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Compublica B.V.,
gevestigd te Enschede,
verder te noemen Compublica,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Crossmedia Investments B.V.,
gevestigd te Enschede,
verder te noemen Crossmedia Investments,
gedaagden,
niet verschenen.
Het procesverloop
Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter in deze rechtbank heeft eiser q.q. op 28 juli 2011 en 1 augustus 2011 conservatoir beslag gelegd, waarna gedaagden op
9 augustus 2011 zijn gedagvaard. Gedaagden zijn te dienende dage niet in rechte verschenen waarna tegen hen verstek is verleend.
Eiser q.q. heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.
Vervolgens heeft eiser q.q. vonnis verzocht.
De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing
1. Bij de dagvaarding en de gelegde beslagen zijn de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht genomen.
2. De vordering tot betaling van het gehele boedeltekort, alsmede de vordering tot betaling van de wettelijke rente daarover, zal worden toegewezen met dien verstande dat gedaagden hierna slechts tot betaling van het boedeltekort (kunnen) worden veroordeeld, indien en voor zover het voorschot waartoe gedaagden worden veroordeeld niet (reeds) daarop in mindering strekt of dient te strekken. Nu eiser q.q. heeft gesteld dat de verificatievergadering nog dient plaats te vinden, alwaar het boedeltekort - voor zover dit niet door vereffening van de overige baten kan worden voldaan - zal worden vastgesteld, kunnen gedaagden slechts vanaf die datum worden veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over hetgeen zij na verificatie nog aan eiser q.q. verschuldigd zijn.
3. Eiser q.q. heeft verzocht om waarmerking van dit vonnis als Europese executoriale titel. Dit verzoek wordt afgewezen, aangezien de rechtsgrondslag van de ingestelde vorderingen rechtstreeks uit het faillissementsrecht is af te leiden en deze nauw met de insolventieprocedure samenhangen. Gelet op het bepaalde in artikel 2 van Pro EG-verordening nr. 805/2004 (EET-Verordening) vallen de ingestelde vorderingen derhalve buiten het materiële toepassingsgebied van deze verordening.
4. De vordering komt voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en kan daarom worden toegewezen.
5. Gedaagden zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld.
De beslissing
De rechtbank:
I. Verklaart voor recht dat [gedaagde sub 1], als (indirect) bestuurder c.q. beleidbepaler van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en Just Nautic B.V., zijn taken kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dit een belangrijke oorzaak is van de faillissementen van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en
Just Nautic B.V. als bedoeld in artikel 2:248 lid Pro 1, althans lid 2, BW, als gevolg waarvan [gedaagde sub 1] jegens de failliete boedels van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en Just Nautic B.V. aansprakelijk is voor het boedeltekort in de faillissementen van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en Just Nautic B.V.
II. Verklaart voor recht dat Compublica en Crossmedia Investments onrechtmatig hebben gehandeld als bedoeld in artikel 6:162 BW Pro, als gevolg waarvan zij hoofdelijk, althans ieder afzonderlijk, aansprakelijk zijn voor de schade die de gezamenlijke schuldeisers van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en Just Nautic B.V. hebben geleden, bestaande uit het boedeltekort in de faillissementen van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en Just Nautic B.V.
III. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen het bedrag van € 850.000,-
(zegge achthonderdvijftigduizend euro), bij wijze van voorschot op het boedeltekort in de faillissementen van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en
Just Nautic B.V.
IV. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser q.q. te betalen het gehele boedeltekort in de faillissementen van respectievelijk Waterbeek Media B.V., Waterbeek Holding B.V. en
Just Nautic B.V., voor zover dit niet door vereffening van de overige baten kan worden voldaan, zoals dit is komen vast te staan na de te houden verificatievergadering, te vermeerderen met de boedelschulden, waaronder onder meer begrepen het salaris van de curator en de overige faillissementskosten, en onder aftrek van het onder III. van dit dictum toegewezen voorschot.
V. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser q.q. te betalen de wettelijke rente over de onder III. van dit dictum toegewezen bedrag, vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
VI. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser q.q. te betalen de wettelijke rente over het onder IV. van dit dictum toegewezen boedeltekort, vanaf de dag dat het boedeltekort bij verificatievergadering door deze rechtbank is vastgesteld tot aan de dag der algehele voldoening.
VII. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van eiser q.q. begroot op € 3.227,37 aan verschotten en € 5.160,- aan salaris van de advocaat, de kosten van de gelegde beslagen inbegrepen.
VIII. Verklaart onderdelen III. tot en met VII. van dit dictum uitvoerbaar bij voorraad.
IX. Wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen en op 2 november 2011 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.