Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
verder te noemen ProBC,
verder te noemen [gedaagde] ,
Rechtbank Almelo
ProBC B.V. heeft een procedure gestart tegen een andere besloten vennootschap, stellende dat deze rechtsopvolger is van twee andere vennootschappen waarmee ProBC een contract had gesloten. De gedaagde heeft echter aangetoond dat zij niet de rechtsopvolger is, maar dat een andere vennootschap de aandelen heeft gekocht en dat de oorspronkelijke contractpartijen nog steeds zelfstandig bestaan.
Tijdens de comparitie heeft ProBC erkend dat haar contractpartijen nog steeds bestaan, waardoor twijfel ontstond over de juiste partij die gedagvaard moest worden. De rechtbank concludeert dat ProBC geen feitelijke grond heeft getoond voor haar vordering tegen de gedaagde.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt ProBC tot betaling van de proceskosten aan de gedaagde. De uitspraak werd gedaan door rechter G.G. Vermeulen op 12 september 2012 in Almelo.
Uitkomst: De vordering van ProBC wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtsopvolging en onduidelijke contractpartij.