ECLI:NL:RBALM:2012:BV1326
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling vordering ABN AMRO en toetsing redelijke mogelijkheid kennisneming algemene voorwaarden
In deze civiele zaak vordert ABN AMRO betaling van een debetsaldo van gedaagde, waarbij de kern van het geschil ligt bij de vraag of ABN AMRO tijdig een redelijke mogelijkheid heeft geboden om kennis te nemen van de algemene voorwaarden en of de bank eigen schuld heeft aan het oplopen van de debetstand.
De rechtbank oordeelt dat de algemene voorwaarden tijdig ter hand zijn gesteld, ondanks dat deze verpakt waren in een afschriftenboekje. Het verweer van gedaagde dat hij onvoldoende gelegenheid had om kennis te nemen wordt verworpen. Verder wordt geoordeeld dat ABN AMRO voldoende heeft aangetoond dat zij niet tekort is geschoten in haar zorgplicht en dat het oplopen van de debetstand toerekenbaar is aan gedaagde.
De rechtbank wijst de vorderingen van gedaagde in reconventie af en veroordeelt hem tot betaling van een bedrag van € 5.657,45 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 maart 2006, alsmede buitengerechtelijke incassokosten van € 913,92. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten aan ABN AMRO.