ECLI:NL:RBALM:2012:BV1999
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Betaling geldsom na arbitraal vonnis in hoger beroep in kort geding toegewezen
In deze zaak vordert eiser betaling van een geldsom van €36.225,84, voortvloeiend uit een arbitraal vonnis in hoger beroep dat een eerdere schadevergoeding deels vernietigde en verrekeningen vaststelde.
Gedaagde betwist de bevoegdheid van de voorzieningenrechter wegens arbitrageovereenkomst en voert verjaring en onvoldoende aannemelijkheid van de vordering aan. De voorzieningenrechter oordeelt dat ondanks de arbitrageovereenkomst kort geding mogelijk is, gezien het incasso-karakter en de noodzaak van snelle afhandeling.
De voorzieningenrechter stelt dat eiser een spoedeisend belang heeft vanwege zijn financiële situatie en het risico op financieringsproblemen. Het bestaan van de vordering is aannemelijk door het gezag van gewijsde van het arbitraal vonnis in hoger beroep. Verjaring wordt voorlopig verworpen en het restitutierisico is gering gezien de omzet van eiser.
De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde hoofdelijk tot betaling van €36.225,84 met wettelijke rente vanaf 8 november 2011 en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €36.225,84 met wettelijke rente en proceskosten.