ECLI:NL:RBALM:2012:BV3888
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming en bewijs van vaststellingsovereenkomst in faillissementsprocedure
De curator in het faillissement van een partij vordert nakoming van een vaststellingsovereenkomst die volgens hem is gesloten met de gedaagde vennootschap. De kern van het geschil betreft de vraag of er daadwerkelijk sprake is van een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW Pro, waardoor een langere verjaringstermijn van vijf jaar geldt in plaats van de kortere termijn voor vervoersovereenkomsten.
De rechtbank stelt vast dat partijen primair twisten over het bestaan van deze vaststellingsovereenkomst. De curator baseert zijn vordering op een brief en een overeenkomst van 6 maart 2007, waarin volgens hem finale kwijting is overeengekomen. De gedaagde vennootschap betwist dit en stelt dat slechts een verrekening van openstaande facturen heeft plaatsgevonden zonder concessies of finale kwijting.
De rechtbank overweegt dat een vaststellingsovereenkomst wordt gesloten ter voorkoming of beëindiging van onzekerheid over rechten tussen partijen. Indien partijen slechts een bestaande rechtsverhouding vervangen door een andere, is er geen sprake van een vaststellingsovereenkomst. Gezien de standpunten van partijen komt de rechtbank terug op eerdere aannames en staat de curator toe bewijs te leveren over concessies en finale kwijting.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en verwijst de zaak naar een civiele rolzitting voor bewijslevering, waarbij getuigen kunnen worden gehoord en bewijsstukken kunnen worden ingebracht. De uitspraak is gedaan door mr. U. van Houten op 8 februari 2012 te Almelo.
Uitkomst: De curator krijgt gelegenheid bewijs te leveren over het bestaan van concessies en finale kwijting; verdere beslissing wordt aangehouden.