ECLI:NL:RBALM:2012:BV5530
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bottenberg – van Ommeren
- Rechtspraak.nl
Verjaring en stuiting van bevoegdheid tot invordering van verbeurde dwangsommen
In deze civiele procedure stond de invordering van een dwangsom centraal die de gemeente Rijssen-Holten had opgelegd aan eiseres wegens het permanent bewonen van een recreatiewoning. Eiseres kwam in verzet tegen deze invordering en betwistte onder meer de ontvangst van een aanmaningsbrief van 12 februari 2010, die volgens haar niet was verzonden, waardoor de verjaring van het invorderingsrecht niet tijdig zou zijn gestuit.
De rechtbank heeft de gemeente in de gelegenheid gesteld om de verzending van de brief aannemelijk te maken. De gemeente kon echter geen verzendadministratie overleggen en baseerde haar stelling op omstandigheden en eerdere procedures, wat de rechtbank onvoldoende achtte. Volgens vaste jurisprudentie moet eerst worden vastgesteld of een brief daadwerkelijk is verzonden voordat de ontvangst aannemelijk kan worden geacht.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente niet aannemelijk heeft gemaakt dat de brief van 12 februari 2010 is verzonden. Hierdoor is de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom, die zes maanden na verbeuring verjaart, niet tijdig gestuit. De invordering van de dwangsom is daarom niet meer mogelijk.
De rechtbank verklaarde het verzet van eiseres gegrond, ontheft haar van de dwangbevelsverplichting en veroordeelde de gemeente in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door rechter Bottenberg – van Ommeren op 8 februari 2012 te Almelo.
Uitkomst: Het verzet van eiseres wordt gegrond verklaard en de invordering van de dwangsom wordt afgewezen wegens niet tijdig gestuit verjaring.