ECLI:NL:RBALM:2012:BV9038
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot straat- en contactverbod wegens onvoldoende aannemelijkheid
De vrouw vordert een straat- en contactverbod tegen de man, met als doel zichzelf en haar kinderen te beschermen tegen bedreigingen en intimidaties. Zij stelt dat de man haar regelmatig uitscheldt, bedreigt en bij de keel heeft gegrepen, en dat hij vaak stapvoets langs haar woning rijdt om naar binnen te kijken. De man ontkent deze beschuldigingen en betwist tevens het spoedeisend belang van de vordering.
De rechtbank stelt vast dat de onderlinge verhoudingen ernstig verstoord zijn, wat het spoedeisend belang bevestigt. Echter, de voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de man zich zodanig heeft misdragen dat een straat- en contactverbod gerechtvaardigd is. De verklaringen van de vrouw worden gemotiveerd betwist door de man, en de getuigenverklaring die de vrouw aanvoert wordt als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en een tegenaangifte van de vriendin van de man.
De voorzieningenrechter benadrukt dat het afwijzen van de vorderingen geen oordeel inhoudt over wie van de partijen de ander heeft lastiggevallen. Het belang van rust en het voortzetten van het eigen leven, met name voor de kinderen, wordt onderstreept. De vrouw wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vorderingen tot straat- en contactverbod worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gevorderde inbreuk.