ECLI:NL:RBALM:2012:BW0557

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
28 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11 / 605 BESLU V1 A
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.J. Jue
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit minister en staatssecretaris wegens niet herstel gebrek

De Rechtbank Almelo heeft op 28 maart 2012 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin de Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente en anderen het besluit van de minister van Defensie en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu bestreden. In een eerdere tussenuitspraak van 14 maart 2012 was vastgesteld dat het bestreden besluit een gebrek vertoonde, en verweerders kregen de gelegenheid dit te herstellen.

Verweerders hebben bij brief van 21 maart 2012 aangegeven geen gebruik te maken van deze herstelmogelijkheid omdat zij voornemens zijn in hoger beroep te gaan. De rechtbank verklaart het beroep van eisers gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Tevens wordt verweerders opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van de overwegingen uit de tussenuitspraak.

De rechtbank veroordeelt verweerders tot vergoeding van de door eisers gemaakte proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerders worden opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de tussenuitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht
Registratienummer: 11 / 605 BESLU V1 A
uitspraak van de enkelvoudige kamer
in het geschil tussen:
Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente e.a.,
eisers,
en
1. de Minister van Defensie,
2. de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
verweerders,
gemachtigde: mr. M. Rus-van der Velde, advocaat te Den Haag.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerders d.d. 4 mei 2011.
2. Procesverloop
Voor het procesverloop wordt verwezen naar de tussenuitspraak die de rechtbank heeft gewezen op 14 maart 2012. In deze tussenuitspraak hebben verweerders de gelegenheid gekregen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Verweerders hebben bij schrijven van 21 maart 2012 meegedeeld dat zij niet voornemens zijn het gebrek te herstellen, omdat zij in hoger beroep willen gaan. Zij verzoeken de rechtbank dan ook een einduitspraak te doen.
Bij brief van 26 maart 2012 heeft de rechtbank het onderzoek in deze zaak gesloten en meegedeeld dat binnen zes weken na de datum van verzending van die brief uitspraak wordt gedaan.
3. Overwegingen
Nu verweerders bij schrijven van 21 maart 2012 te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik zullen maken van de gelegenheid om het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen, zal de rechtbank het beroep van eisers gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Verweerders zal worden opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in de tussenuitspraak van
14 maart 2012 heeft overwogen.
Nu de rechtbank van oordeel is dat het bezwaar van eisers ontvankelijk is, dient op grondslag daarvan alsnog een inhoudelijke heroverweging van de primaire besluiten van 15 november 2010 door verweerder plaats te vinden. Voor finale geschillenbeslechting is daarom in dit geval geen plaats.
Op grond van het vorenoverwogene acht de rechtbank het, gelet op het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, billijk verweerders te veroordelen in de kosten die eisers redelijkerwijs hebben moeten maken in verband met de behandeling van dit beroep, zijnde de reiskosten van [naam] te [woonplaats], die namens eisers is verschenen ter zitting van de rechtbank van 9 februari 2012.
Beslist wordt derhalve als volgt.
4. Beslissing
De Rechtbank Almelo,
Recht doende:
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerders op een nieuw besluit op het bezwaar van eisers te nemen, met inachtneming van hetgeen de rechtbank heeft overwogen in haar tussenuitspraak van 14 maart 2003;
- veroordeelt verweerders in de door eisers gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op € 8,78, door verweerder te betalen aan eisers;
- verstaat dat verweerders aan eisers het griffierecht ad € 302,-- vergoedt.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na verzending hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag.
Aldus gedaan door mr. R.J. Jue, rechter, in tegenwoordigheid van G. Kootstra, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012.
Afschrift verzonden op
PA