ECLI:NL:RBALM:2012:BW5853
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Rattenoverlast als gebrek en immateriële schadevergoeding voor huurder
De huurder ondervond rattenoverlast in zijn gehuurde woning, veroorzaakt door een defecte hemelwaterafvoer buiten zijn schuld. Hij stelde de verhuurder hiervan op de hoogte en schortte de huurbetaling op tot een bedrag van €705,09. De verhuurder vorderde betaling van de achterstallige huur, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De rechtbank stelde vast dat de rattenoverlast een gebrek vormde als bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW Pro, waardoor de huurder het recht had de huurbetalingen op te schorten. De verhuurder had het gebrek hersteld, maar de huurder vorderde daarnaast een immateriële schadevergoeding wegens de overlast, waaronder het feit dat een rat over zijn gezicht liep.
De rechtbank wees de ontbinding van de huurovereenkomst af vanwege de geringe ernst van het gebrek en het feit dat de huurder niet naliet zijn lopende verplichtingen na te komen. De huurvordering werd toegewezen tot €655,09, rekening houdend met het opschortingsrecht en een immateriële schadevergoeding van €50 toegekend aan de huurder. De vordering van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
De huurder werd in reconventie grotendeels in het ongelijk gesteld, maar het recht op opschorting van de huurbetaling tot het einde van de overlast werd bevestigd. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt niet ontbonden, huurder mag huur opschorten wegens rattenoverlast en krijgt een immateriële schadevergoeding van €50 toegekend.