ECLI:NL:RBALM:2012:BW7528
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting ex-werkgever tot betaling contractuele afvloeiingsvergoeding naast ontbindingsvergoeding
De ex-werknemer trad in 1995 in dienst bij Linde Vouwkartonnage B.V. en had een arbeidsovereenkomst met een contractuele afvloeiingsregeling van zes bruto maandsalarissen. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst kende de kantonrechter een vergoeding toe van €150.000,-, waarbij de contractuele vergoeding van €62.804,- in mindering werd gebracht. De ex-werknemer vorderde in kort geding alsnog betaling van deze contractuele vergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en kosten rechtsbijstand.
Linde betwistte het spoedeisend belang en stelde dat de contractuele vergoeding reeds feitelijk was voldaan via salarisbetalingen en faciliteiten in het kader van een Management Buy Out. Tevens voerde zij aan dat een dubbele vergoeding onredelijk zou zijn en dat de contractuele vergoeding niet als loon kwalificeert voor wettelijke verhoging.
De kantonrechter oordeelde dat de verschuldigdheid van de contractuele vergoeding niet betwist wordt en dat heroverweging van de reeds behandelde ontbindingsvergoeding niet is toegestaan vanwege het appèlverbod. Het spoedeisend belang werd voldoende aangetoond, mede vanwege het gebrek aan uitvoering door Linde. De gevorderde wettelijke verhoging werd afgewezen, maar de wettelijke rente en kosten rechtsbijstand werden toegewezen. Linde werd veroordeeld tot betaling van €62.804,- met rente, €2.500,- aan kosten rechtsbijstand en de proceskosten.
Uitkomst: Linde Vouwkartonnage B.V. wordt veroordeeld tot betaling van de contractuele afvloeiingsvergoeding van €62.804,- met rente en kosten rechtsbijstand.