ECLI:NL:RBALM:2012:BW7887
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs ontucht met minderjarige
De rechtbank Almelo heeft verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde ontuchtige gedrag met een minderjarige die onder zijn zorg stond. Het bewijs, bestaande uit de aangifte van de minderjarige en een verklaring van haar moeder over sms-berichten, werd onvoldoende geacht om wettig en overtuigend vast te stellen dat er sprake was van geslachtsgemeenschap vóór de achttiende verjaardag van de aangeefster.
De verdachte werd ervan beschuldigd dat hij in de periode van januari tot augustus 2007 ontuchtige handelingen had verricht, waaronder het aanraken van de borsten en vagina en het hebben van geslachtsgemeenschap met de minderjarige. De verdediging betwistte deze feiten en verwees naar verklaringen die het tegendeel ondersteunen, waaronder die van de partner van verdachte en een getuige die verklaarde dat de aangeefster aangaf dat zij achttien jaar was ten tijde van het seksuele verkeer.
De officier van justitie vorderde vrijspraak van het primair tenlastegelegde en bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde, met een voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was en sprak verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij tot smartengeld en schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van ontucht met minderjarige.