ECLI:NL:RBALM:2012:BW8624
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. Jue
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening indicatie AWBZ met terugwerkende kracht wegens strijd met rechtszekerheid en verbod van détournement de pouvoir
Eiser vroeg om verlenging van een AWBZ-indicatie die op 9 juni 2011 zou eindigen. Verweerder stelde de nieuwe indicatie echter in met ingang van 15 april 2011, acht weken eerder dan aangevraagd. Dit leidde tot een lagere zorgklassering en financiële nadelen voor eiser. Verweerder beriep zich op een integrale toetsing van de zorgbehoefte en stelde dat de ingangsdatum de datum van aanvraag is.
De rechtbank oordeelde dat het indicatiebesluit van 11 februari 2011 niet was ingetrokken, waardoor voor de periode van 15 april tot 9 juni 2011 twee indicaties naast elkaar bestonden. De rechtbank stelde dat verweerder niet buiten de aanvraag om de ingangsdatum mocht wijzigen, zeker niet ten nadele van eiser. Het handelen van verweerder werd beschouwd als misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir) en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Daarnaast wees de rechtbank op het vertrouwensbeginsel, omdat eiser op grond van door verweerder verstrekte informatie mocht verwachten dat verlenging binnen zes weken voor het einde van de lopende indicatie de ingangsdatum gelijk zou zijn aan de einddatum van de oude indicatie. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor de periode 15 april tot 9 juni 2011 en bepaalde dat de oude indicatie van 11 februari 2011 voor die periode van kracht blijft. Tevens werden proceskosten toegewezen aan eiser.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit van de AWBZ-indicatie met terugwerkende kracht is vernietigd en de oude indicatie blijft van kracht voor de periode 15 april tot 9 juni 2011.