ECLI:NL:RBALM:2012:BX0099
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering curator wegens vaststellingsovereenkomst en verwerping verjaring
Deze zaak betreft een geschil tussen de curator van een faillissement en drie gedaagden over een restantbetaling van €7.343,35. Gedaagden stelden dat de vordering verjaard was op grond van artikel 8:1711 BW Pro, omdat het zou gaan om een vordering uit vervoersovereenkomsten met een verjaringstermijn van één jaar. De curator voerde aan dat de overeenkomst van 6 maart 2007 kwalificeert als een vaststellingsovereenkomst, waardoor de verjaringstermijn vijf jaar bedraagt volgens artikel 3:307 BW Pro.
De rechtbank heeft op basis van faxberichten van gedaagde sub 1 geoordeeld dat de overeenkomst inderdaad een vaststellingsovereenkomst is, bedoeld om onzekerheid of geschil tussen partijen te beëindigen. Uit de communicatie blijkt dat partijen finale kwijting beoogden, ondanks dat dit niet expliciet in de overeenkomst stond. Hierdoor is de vordering van de curator niet verjaard.
De rechtbank wees het beroep op verjaring af en veroordeelde gedaagden hoofdelijk tot betaling van het restantbedrag plus wettelijke rente vanaf 20 maart 2007. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Gedaagden werden tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator tot betaling van €7.343,35 plus wettelijke rente toe en verwerpt het verweer van verjaring.