ECLI:NL:RBALM:2012:BX3012
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- W.K.F. Hangelbroek
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang bij pensioenverevening na echtscheiding
Partijen zijn voormalige echtelieden die bij echtscheidingsconvenant en akte hebben afgesproken dat de pensioenrechten onverdeeld blijven. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan pensioenverevening conform de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS), omdat zij recht heeft op de helft van het ouderdomspensioen over de huwelijkse jaren. De man weigert dit en stelt dat partijen bewust hebben gekozen voor onverdeeldheid en dat de vrouw royaal is overbedeeld.
De vrouw stelt een spoedeisend belang te hebben omdat het pensioen al is ingegaan en zij recht heeft op haar deel. De man weigert echter de benodigde verklaring te ondertekenen die pensioenuitkering aan de vrouw mogelijk maakt. De voorzieningenrechter oordeelt dat er onvoldoende spoedeisend belang is omdat het vorderingsrecht nog niet vaststaat en betwist wordt, en een bodemrechter hierover moet oordelen.
De voorzieningenrechter wijst de vordering af en compenseert de proceskosten zo dat ieder zijn eigen kosten draagt. De uitspraak benadrukt dat een verklaring voor recht niet in kort geding kan worden gegeven en dat de vrouw haar rechten via een bodemprocedure moet nastreven.
Uitkomst: De vordering tot pensioenverevening wordt geweigerd wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.