ECLI:NL:RBALM:2012:BX3617
Rechtbank Almelo
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruiming bedrijfsruimte en toewijzing gederfde huurpenningen
In deze zaak vordert eiseres ontruiming van een bedrijfsruimte die gedaagde sinds februari 2012 huurt van een derde partij, DBS, terwijl eiseres eigenaar is van het pand. Eiseres stelt dat gedaagde zonder recht of titel de ruimte gebruikt en weigert een huurovereenkomst met haar aan te gaan. Gedaagde betwist dit en stelt dat hij een huurovereenkomst heeft met DBS en dat hij al huur heeft betaald.
De voorzieningenrechter oordeelt dat ontruiming een vergaande maatregel is die slechts wordt toegewezen bij voldoende aannemelijkheid dat gedaagde geen recht heeft op voortgezet gebruik. Gezien de omstandigheden, waaronder de bereidheid van gedaagde om huur te betalen en het ontbreken van concrete nadelige feiten, wordt de ontruimingsvordering afgewezen. Wel wordt vastgesteld dat gedaagde gederfde huurpenningen aan eiseres moet betalen, omdat hij wist of had moeten weten dat DBS niet langer gerechtigd was te verhuren.
Daarnaast worden andere vorderingen, zoals het terugplaatsen van een oorspronkelijke deur en buitengerechtelijke kosten, afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Ontruiming afgewezen; gedaagde veroordeeld tot betaling van gederfde huurpenningen aan eiseres.