ECLI:NL:RBALM:2012:BX8335
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H. van Rhijn
- Rechtspraak.nl
Wijziging regeling genot en woonlasten gemeenschappelijke woning na beëindiging geregistreerd partnerschap
Partijen zijn in mei 2007 een geregistreerd partnerschap aangegaan dat in 2008 is beëindigd. Zij sloten een convenant waarin de verkoop van hun gezamenlijke woning en de verdeling van de hypothecaire schuld werd geregeld. Verzoekster verliet de woning in oktober 2008, waarna verweerder daarin bleef wonen. De partijen droegen sindsdien ieder de helft van de hypotheekrente en verzekeringspremies.
Verzoekster vordert op grond van artikel 3:168 BW Pro wijziging van de regeling omdat de woning nog niet is verkocht en verweerder blijft wonen zonder dat een gebruiksvergoeding is overeengekomen. Zij stelt dat zij onredelijk belast wordt met woonlasten zonder woongenot en dat verweerder onvoldoende meewerkt aan verkoop.
De kantonrechter oordeelt dat er stilzwijgend een overeenkomst bestaat over de verdeling van woonlasten. Wel was in 2008 niet voorzien dat de woningmarkt zou stagneren en dat verweerder zo lang zou blijven wonen. Daarom is het onredelijk dat verzoekster blijft meebetalen terwijl zij geen gebruiksrecht heeft. De regeling wordt gewijzigd zodat verzoekster vanaf 1 oktober 2012 wordt ontslagen van haar verplichting tot betaling van hypotheekrente totdat verweerder de woning verlaat.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoekster wordt per 1 oktober 2012 ontslagen van haar verplichting tot betaling van hypotheekrente totdat verweerder de woning verlaat.