ECLI:NL:RBALM:2012:BX8401
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw
Verzoekster, een vrouw van 34 jaar met drie kinderen en een WWB-uitkering, diende een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Zij had een schuld van ruim €49.560, waaronder een terugvordering van een persoonsgebonden budget (PGB) van haar dochter.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster het PGB van haar dochter gebruikte voor eigen uitgaven, terwijl zij wist dat dit niet was toegestaan en het bedrag niet heeft terugbetaald. Tevens had zij onvoldoende inspanningen verricht om de overwaarde van de voormalig echtelijke woning te gelde te maken, waardoor deze grotendeels verloren is gegaan.
Daarnaast liet zij de inning van kinderalimentatie voor haar jongste dochter, met een achterstand van bijna €10.000, onbenut zonder het LBIO in te schakelen. Gezien deze feiten oordeelde de rechtbank dat verzoekster niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, en wees het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw.