ECLI:NL:RBALM:2012:BX8819
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering curator wegens verrekening in faillissement Ener Beheer
De curator van het faillissement van Ener Beheer Goor B.V. vordert betaling van een schuld van €116.400,-- van de gedaagde, voormalig bestuurder en aandeelhouder van Ener Beheer. De gedaagde betwist de vordering niet, maar voert aan dat deze is voldaan door verrekening met tegenvorderingen die hij op Ener Beheer heeft, waaronder een lening van €100.000,-- en een stamrechtvordering van €18.085,--.
De rechtbank onderzoekt of verrekening mogelijk is op grond van artikel 53 Faillissementswet Pro (Fw). De gedaagde stelt dat zijn schuld aan Ener Beheer grotendeels is ontstaan door een lening die hij aan Ener Beheer verstrekte en die niet is betaald, waardoor verrekening gerechtvaardigd is. De curator betwist onder meer de mogelijkheid tot verrekening vanwege verpanding van de vordering aan ABN Amro Bank en ABN AMRO Lease N.V., maar de rechtbank stelt vast dat het pandrecht op de lening is komen te vervallen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van de curator per faillissementsdatum is tenietgegaan door verrekening met de tegenvorderingen van de gedaagde. Ook de stamrechtvordering kan worden verrekend, ondanks een mogelijke latente belastingclaim. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel de conventie als de reconventie. De vordering van de curator wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator af wegens verrekening met tegenvorderingen van de gedaagde.