ECLI:NL:RBALM:2012:BY1191
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering erkenning kind door ambtenaar burgerlijke stand
Verzoekers, bestaande uit een vrouw en haar Nederlandse partner, vroegen de ambtenaar van de burgerlijke stand om een akte van erkenning op te maken van een kind geboren uit hun relatie. De ambtenaar weigerde dit op grond van het vermoeden dat de vrouw in haar land van herkomst traditioneel gehuwd was, waardoor het kind twee juridische ouders zou hebben en erkenning door de man niet mogelijk zou zijn.
De vrouw en haar partner betwistten dit en overlegden een gelegaliseerde verklaring van de ambassade dat er geen huwelijk was gesloten. De ambtenaar hechtte hieraan geen waarde vanwege verklaringen van de vrouw aan de IND dat zij traditioneel gehuwd was. De officier van justitie stelde dat het vermeende huwelijk niet rechtsgeldig was volgens het buitenlandse recht en dat erkenning door de man daarom mogelijk moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat niet aannemelijk was dat de vrouw in het buitenland gehuwd was in de zin van artikel 10:31 BW Pro en dat het besluit van de ambtenaar daarom vernietigd moest worden. De man moest worden toegelaten tot erkenning van het kind en de ambtenaar werd gelast de akte van erkenning op te maken en toe te voegen aan de geboorteakte.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en motiveerde haar oordeel onder meer door het ontbreken van bewijs over het bestaan en karakter van het vermeende huwelijk en het feit dat de vrouw in de gemeentelijke basisadministratie als ongehuwd stond geregistreerd.
Uitkomst: Het besluit van de ambtenaar burgerlijke stand wordt vernietigd en de man wordt toegelaten tot erkenning van het kind.