ECLI:NL:RBALM:2012:BY2979

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
13 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
411847 CV EXPL 5816-12
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.H. van Rhijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen proceskostenveroordeling bij intrekking dagvaarding kort geding

In deze zaak heeft eiser een dagvaarding uitgebracht voor een kort geding dat gepland stond op 19 juli 2012. Voorafgaand aan de zitting heeft eiser de dagvaarding ingetrokken via een faxbericht. Gedaagde sub 2 verzocht daarop om een proceskostenveroordeling tegen eiser.

De kantonrechter overweegt dat de bepalingen van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering in beginsel van toepassing zijn op kort gedingen, tenzij de aard van het kort geding zich daartegen verzet. Omdat eiser geen afstand van instantie heeft gedaan, is artikel 249 lid 2 Rv Pro niet van toepassing. Er bestaat geen wettelijke regeling omtrent proceskostenveroordeling bij intrekking van een kort geding.

Verder merkt de kantonrechter op dat bij korte gedingen geen rol bestaat en dat de zaak niet is uitgeroepen, noch dat gedaagden proceshandelingen hebben verricht. Daarom wordt het procesreglement korte gedingen rechtbanken sector kanton toegepast. Artikel 9.1 van dit reglement bepaalt dat bij intrekking van de procedure vóór het uitroepen van de zaak geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.

Op grond van deze overwegingen verklaart de kantonrechter de zaak ingetrokken en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: De dagvaarding is ingetrokken vóór de zitting, waardoor geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector Kanton
Locatie Enschede
Zaaknummer : 411847 CV EXPL 5816-12
Uitspraak : 13 november 2012
Vonnis in de zaak van:
[EISER]
wonende te [woonplaats]
eisende partij, hierna ook wel [eiser] te noemen
gemachtigde: mr. B. Bentem, advocaat te Enschede
tegen
de openbare ambtsdrager de heer [GEDAAGDE SUB 1]
en
de heer [GEDAAGDE SUB 2] in persoon,
kantoorhoudende en handelende onder de naam [X] te Enschede
gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te noemen
procederende in persoon
1. Het verloop van de procedure:
1.1 Dit verloop blijkt uit:
- de dagvaarding van 11 juli 2012 tegen de zitting in kort geding van de kantonrechter te Enschede van 19 juli 2012 te 10.45 uur;
- het faxbericht van de gemachtigde van [eiser] van 17 juli 2012, onder gelijktijdige toezending aan deurwaarderskantoor [gedaagde sub 1], waarbij hij schrijft dat de dagvaarding wordt ingetrokken;
- het faxbericht van [gedaagde sub 2] van 18 juli 2012 waarin hij vraagt [eiser] en zijn gemachtigde mr Bentem te veroordelen in de aan zijn zijde gemaakte kosten.
- De brief van mr. Bentem d.d. 11 september 2012 waarin hij de kantonrechter vraagt het verzoek van [gedaagde sub 2] af te wijzen.
2. De beoordeling van het geschil:
2.1 [Gedaagde sub 2] vraagt om een proceskostenveroordeling. De kantonrechter is van oordeel dat als hoofdregel geldt dat de bepalingen van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering op een kort geding van toepassing zijn, indien de aard van het kort geding zich daartegen niet verzet. Er is door [eiser] geen afstand van instantie gedaan, zodat artikel 249 lid 2 Rv Pro toepassing mist. Het intrekken van een kort geding is, voor zover het gaat om een proceskostenveroordeling, niet geregeld in de wet. Niet uit het oog mag worden verloren dat voor korte gedingen geen rol bestaat. Van een inschrijving ter rolle is daarom geen sprake geweest. Het kort geding is niet uitgeroepen en de gedaagde partijen hebben geen proceshandelingen verricht. Nu er geen wettelijke regeling is, zal de kantonrechter het vigerende procesreglement korte gedingen rechtbanken sector kanton toepassen. In artikel 9.1 van dit reglement is bepaald dat de eisende partij de procedure kan intrekken tot het moment dat de zaak is uitgeroepen en dat in een dergelijk geval de kantonrechter geen proceskostenveroordeling uitspreekt. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de volgende beslissing.
Beslissing:
Verstaat dat de zaak is ingetrokken en dat er geen plaats is voor een proceskostenveroordeling.
Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op
13 november 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de
griffier.