ECLI:NL:RBALM:2012:BY4716

Rechtbank Almelo

Datum uitspraak
27 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12 / 1124 GEMWT W1 V
Instantie
Rechtbank Almelo
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.H. Keuzenkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:84 AwbWet algemene bepalingen omgevingsrechtBesluit mobiel breken bouw- en sloopafval
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen gebruik mobiele puinbreker wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoekster, een vereniging voor stedelijk leefmilieu en milieubeheer, verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die het gebruik van een mobiele puinbreker op het Indië-terrein in Almelo zou staken totdat op haar bezwaar tegen het eerdere besluit van de gemeente zou zijn beslist.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoekster als belanghebbende had erkend en dat de bezwaarprocedure zich in de eindfase bevond. Het spoedeisend belang van verzoekster werd voornamelijk gebaseerd op vermeende stof- en geluidshinder voor omwonenden en nabijgelegen scholen.

De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoekster zelf geen directe hinder ondervond, aangezien zij niet in de directe omgeving woonachtig is. Daarnaast achtte de rechter de bestaande vergunningvoorschriften en technische voorschriften uit het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval toereikend om overlast te voorkomen of te beperken. Gezien de korte termijn waarop een besluit op bezwaar wordt verwacht, was er geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen.

Het verzoek werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het gebruik van de mobiele puinbreker wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht
Registratienummer: 12 / 1124 GEMWT W1 V
uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 Algemene Pro wet bestuursrecht
in het geschil tussen:
Vereniging Stedelijk Leefmilieu, Groen- en milieubeheer,
statutair gevestigd te Nijmegen, verzoekster,
gemachtigde: M.H. Middelkamp, milieu-advies bureau te Almelo,
en
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Almelo,
verweerder.
Derdebelanghebbenden:
1. Ter Steege Indië Almelo B.V., gevestigd te Almelo,
2. RGS Slooptechnieken B.V., gevestigd te Rijssen.
1. Besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Besluit van verweerder d.d. 22 maart 2011, verzonden 27 maart 2011.
2. Procesverloop
Bij besluit van 22 maart 2011 heeft verweerder een verzoek van verzoekster om handhavend op te treden tegen het voorgenomen gebruik van een mobiele puinbreker op de locatie aan de Vissedijk te Almelo, het zogenaamde “Indië-terrein”, niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet als belanghebbende wordt aangemerkt.
Het tegen dit besluit ingediende bezwaarschrift is door verweerder bij besluit van 30 juni 2011 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dat besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank. Dit beroep is door de rechtbank bij uitspraak van 26 oktober 2011 niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die uitspraak heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag (hierna te noemen: de Afdeling).
De Afdeling heeft het hoger beroep bij uitspraak van 5 september 2012, zaaknummer 201112697/1, LJN: BX6500, gegrond verklaard en het besluit op bezwaar van 30 juni 2011 vernietigd.
Bij verzoekschrift van 12 november 2012 heeft verzoekster aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het gebruik van de mobiele puinbreker wordt gestaakt en gestaakt wordt gehouden tot een week nadat op het bezwaar van verzoekster zal zijn beslist.
Openbare behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 november 2012, alwaar voor verzoekster zijn verschenen M. Wieringa en M.H. Middelkamp, voornoemd, terwijl verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door B. Kooistra en W. Loman, medewerkers van de gemeente Almelo. Namens Ter Steege Indië Almelo B.V. is verschenen [naam]. RGS Sloopwerken B.V. heeft zich doen vertegenwoordigen door [naam] en [naam].
3. Overwegingen
Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening worden gevraagd.
Door de vernietiging van het besluit op bezwaar van 30 juni 2011 is de procedure met betrekking tot weigering om handhavend op te treden teruggevallen in de bezwaarfase. Verweerder zal opnieuw dienen te beslissen op het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 22 maart 2011. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom een verzoek gedaan hangende bezwaar.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de Afdeling bij haar uitspraak van 5 september 2012 heeft geoordeeld dat verzoekster belanghebbende is bij de weigering van verweerder om handhavend op te treden. Ook overigens is niet is gebleken van formele beletselen om het verzoek om voorlopige voorziening ontvankelijk te achten.
Bij de beoordeling van een zodanig verzoek dient te worden nagegaan of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt uitgesproken dat tevens het onderwerp van de bezwarenprocedure raakt, heeft dit oordeel een voorlopig karakter.
Blijkens het verhandelde ter zitting bevindt de bezwaarschriftprocedure zich in de eindfase. De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2012 en de commissie bezwaarschriften heeft op diezelfde datum advies uitgebracht aan verweerder. Verweerder streeft er naar om begin december 2012 het besluit op bezwaar te nemen.
Gelet op hetgeen verzoekster in het verzoekschrift en ter zitting naar voren heeft gebracht wenst zij antwoord te krijgen op een aantal rechtsvragen, onder meer of voor het plaatsen en gebruik van de mobiele puinbreker een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vereist is en of het gebruik van een mobiele puinbreker op het Indië-terrein in strijd is met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter overweegt dat de procedure van de voorlopige voorziening zich niet leent voor een definitief antwoord op de door verzoekster opgeworpen rechtsvragen.
Nu op korte termijn een inhoudelijk besluit op het bezwaar van verzoekster zal worden genomen waartegen beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank, zal de voorzieningen-rechter zich thans beperken tot de beoordeling van het spoedeisend belang dat verzoekster stellen te hebben bij haar verzoek.
In het verzoekschrift en ter zitting heeft verzoekster gesteld dat het spoedeisend belang met name is gelegen in de stof- en geluidhinder die het naar haar mening onrechtmatig gebruik van de mobiele puinbreker veroorzaakt voor de omwonenden en een tweetal scholen in de nabije omgeving van het Indië-terrein. Dienaangaande overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
Verzoekster is statutair gevestigd te Nijmegen. Niet is gesteld of gebleken dat leden van de vereniging in de directe omgeving van het Indië-terrein woonachtig zijn. Verzoekster ondervindt daarom zelf geen directe hinder van het gebruik van de in geding zijnde mobiele puinbreker of van het afvoeren van mengpuin of menggranulaat van het Indië-terrein.
Ter zitting heeft verzoekster aangevoerd dat ook omwonenden zeggen overlast te ondervinden van stof en geluid als gevolg van het gebruik van de mobiele puinbreker, maar niet tegen de gemeente hebben durven of willen procederen.
Wat hiervan ook zij, vast staat dat behalve verzoekster geen andere belanghebbenden aan verweerder hebben verzocht handhavend op te treden tegen het gebruik van de mobiele puinbreker op het Indië-terrein.
Tegenover het belang van verzoekster staat het (bedrijfseconomisch) belang van projectontwikkelaar Ter Steege Indië Almelo en RGS Sloopwerken bij het kunnen voortzetten van de werkzaamheden gedurende de periode van 21 november 2012 tot
7 december 2012 waarop de melding in het kader van het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval (Staatsblad 2004, nummer 25) betrekking heeft.
Gezien de korte termijn waarop het besluit op bezwaar is te verwachten en gelet op de gestelde belangen, voor zover betrekking hebbende op het bestreden besluit, is er naar het oordeel van de voorzieningrechter op dit moment geen sprake van een zodanig spoedeisend belang dat het treffen van de gevraagde voorziening, te weten het staken en gestaakt houden van het gebruik van de mobiele puinbreker, aangewezen is.
Hierbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat de voorschriften die zijn verbonden aan de sloopvergunning en de technische voorschriften die zijn opgenomen in de bijlage bij het Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval in beginsel toereikend moeten worden geacht om stof- en geluidshinder door het gebruik van de mobiele puinbreker te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken, zodat op voorhand niet voor onaanvaard-bare overlast voor de omgeving valt te vrezen. Het is aan verweerder om erop toe te zien dat deze voorschriften ook daadwerkelijk worden nageleefd.
Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek afgewezen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslist wordt als volgt.
4. Beslissing
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo,
Recht doende:
wijst het verzoek af.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Aldus gedaan door mr. J.H. Keuzenkamp, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van
G. Kootstra, griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2012
Afschrift verzonden op