ECLI:NL:RBALM:2012:BY4720
Rechtbank Almelo
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit sluiting horecabedrijf wegens onvoldoende grondslag verkoop verdovende middelen
De burgemeester van Almelo had het horecabedrijf van verzoeker gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet wegens vermeende verkoop van verdovende middelen, met name cocaïne. Verweerder stelde dat vanuit het horecabedrijf handel werd gecoördineerd en dat cocaïne werd verkocht. Echter was niet aannemelijk dat verdovende middelen fysiek aanwezig waren in het horecabedrijf voor verkoop, aflevering of verstrekking.
De voorzieningenrechter overwoog dat het enkele maken van telefonische afspraken over verkoop, zonder fysieke aflevering of aanwezigheid van drugs of afnemers, niet valt onder het begrip 'verkopen' in artikel 13b van de Opiumwet. De wet richt zich op fysieke handelingen in woningen of lokalen die de openbare orde kunnen verstoren.
Daarom was de grondslag voor het besluit tot sluiting onvoldoende. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van 19 maart 2012. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat geen spoedeisend belang bestond.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het horecabedrijf wordt vernietigd wegens onvoldoende grondslag voor verkoop van verdovende middelen.