ECLI:NL:RBALM:2012:BY8375
Rechtbank Almelo
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsanering wegens kwade trouw en onvoldoende inspanningen
Verzoeker, een alleenstaande man van 51 jaar met een WWB-uitkering, vroeg toelating tot de wettelijke schuldsanering. Eerder was een schuldsaneringsregeling op hem van toepassing verklaard en later beëindigd wegens niet-nakoming van verplichtingen. Na beëindiging van die regeling ontstonden nieuwe schulden van ruim € 10.000.
De rechtbank constateert dat verzoeker herhaaldelijk financiële verplichtingen is aangegaan die hij niet kon betalen en dat hij sinds de beëindiging van de vorige regeling geen betaalde arbeid heeft verricht. Ook heeft hij onvoldoende pogingen gedaan om de Nederlandse taal te leren, wat zijn kansen op de arbeidsmarkt had kunnen vergroten. Ondanks dat verzoeker meerdere keren het arbeidsbureau bezocht, voldeed hij niet aan zijn inspanningsplicht.
Verder kon verzoeker geen afdoende verklaring geven voor het ontstaan van een schuld bij de Stadsbank. De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. Ook is niet aannemelijk dat hij zijn sollicitatieplicht en andere verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen.
Gelet op deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 Faillissementswet Pro. De hardheidsclausule is niet van toepassing vanwege de afwijzing op meerdere gronden.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering wordt afgewezen wegens kwade trouw en onvoldoende nakoming van arbeids- en sollicitatieverplichtingen.