ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4089
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Schaardenburg - Louwe Kooijmans
- E. Pennink
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handelen met voorwetenschap in effectenhandel BolsWessanen
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen verdachte wegens overtreding van artikel 31a van de Wet toezicht effectenverkeer (WTE) in verband met transacties in putopties van het fonds BolsWessanen (BSW) in 1994 en 1995. Het openbaar ministerie betoogde dat verdachte voorkennis had over koersgevoelige persberichten en daardoor onrechtmatig voordeel behaalde.
Het bewijs bestond uit een onderzoek van de Economische Controledienst, verklaringen van deskundigen en getuigen, en een analyse van transacties en contacten tussen betrokkenen. De rechtbank oordeelde dat geen rechtstreeks bewijs bestond dat verdachte daadwerkelijk voorkennis had en dat de motieven van verdachte voor de transacties niet onaanvaardbaar waren. Ook werd geen schijn van partijdigheid vastgesteld bij de deskundige Panjer.
De rechtbank concludeerde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was, maar dat het bewijs onvoldoende was om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte met voorwetenschap handelde. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van handelen met voorwetenschap.