ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4091
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Schaardenburg - Louwe Kooijmans
- E. Pennink
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs handelen met voorwetenschap in effectenhandel BolsWessanen
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens overtreding van artikel 31a van de Wet toezicht effectenverkeer (WTE) door vermeend handelen met voorwetenschap in effecten van Koninklijke BolsWessanen N.V. (BSW). Het openbaar ministerie baseerde haar zaak op transacties die verdachte en andere betrokkenen verrichtten kort voor koersgevoelige persberichten over winstdalingen van BSW.
De rechtbank onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder het onderzoek van de afdeling Compliance van de European Options Exchange, verklaringen van deskundigen en getuigen, en het beleggingspatroon van verdachte. De rechtbank concludeerde dat er geen rechtstreeks bewijs was dat verdachte op de transactiemomenten reeds beschikte over niet-openbare koersgevoelige informatie. Ook de motieven van verdachte voor de transacties werden niet weerlegd door het openbaar ministerie.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie onvoldoende redengevende feiten en omstandigheden had geleverd om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat verdachte met voorwetenschap handelde. Daarnaast werd het beroep op een omkering van de bewijslast door het openbaar ministerie verworpen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en verklaarde het openbaar ministerie ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van handelen met voorwetenschap.