ECLI:NL:RBAMS:1998:AA4092
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.J. van Schaardenburg - Louwe Kooijmans
- E. Pennink
- A. Wolfsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van misbruik van voorwetenschap bij transacties in effectenfonds BSW
De rechtbank Amsterdam heeft op 16 juli 1998 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte wegens vermeend misbruik van voorwetenschap bij transacties in het fonds BSW. Het openbaar ministerie had verdachte vervolgd op grond van artikel 31a van de Wet toezicht effectenverkeer (WTE) vanwege transacties vlak voor koersgevoelige persberichten.
Het onderzoek richtte zich op transacties in 1994 en 1995, waarbij verdachte grote posities innam in certificaten en opties BSW. Het openbaar ministerie voerde aan dat verdachte voorkennis had van koersgevoelige informatie die nog niet openbaar was gemaakt. Diverse bewijsmiddelen en verklaringen werden besproken, waaronder rapporten van deskundigen en getuigen.
De rechtbank oordeelde dat er geen rechtstreeks bewijs was dat verdachte voorkennis had en dat de motieven van verdachte voor zijn transacties niet onredelijk of onlogisch waren. Ook werd vastgesteld dat het handelsgedrag van verdachte paste binnen zijn gebruikelijke beleggingspatroon en dat verliezen werden geleden.
Gelet op het ontbreken van voldoende redengevende feiten en omstandigheden die buiten redelijke twijfel wijzen op voorkennis, sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank verwierp tevens het verweer dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van misbruik van voorwetenschap.