ECLI:NL:RBAMS:1999:AA1024
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van der Vaart
- J.J. Bade
- H.G. Schoots
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname en leidinggeven aan criminele organisaties voor invoer cocaïne en hasj
De rechtbank Amsterdam heeft op 4 juni 1999 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van deelname aan en leidinggeven aan criminele organisaties gericht op de invoer van grote hoeveelheden cocaïne en hasj.
De zaak omvatte meerdere terechtzittingen en draaide onder meer om de betrouwbaarheid van verklaringen van een informant die een deal had gesloten met het openbaar ministerie. De rechtbank heeft de overeenkomst getoetst aan de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en openheid en concludeerde dat de verklaringen van de informant betrouwbaar en bruikbaar waren.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte een leidinggevende rol had in de hasj-invoerende organisatie en een bemiddelende en faciliterende rol in de cocaïne-invoerende organisatie. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten en heeft grote geldbedragen verworven door deze criminele activiteiten.
Op basis van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 6 jaar op en een geldboete van 500.000 gulden, met een vervangende hechtenis bij niet-betaling. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf en een geldboete van 500.000 gulden voor deelname en leidinggeven aan criminele organisaties.