ECLI:NL:RBAMS:1999:AA1029
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- J.R. Branbergen
- Rechtspraak.nl
Weigering voorziening inzake ondertekening overeenkomst Joodse oorlogsslachtoffers en verzekeraars
In deze kortgedingprocedure vorderen de verenigingen Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers en Comité Ex-Nederlandse Vervolgenden uit de Bezettingstijd (VBV c.s.) een verbod op de ondertekening van een overeenkomst tussen het Centraal Joods Overleg (CJO) en het Verbond van Verzekeraars. De overeenkomst betreft de verdeling van fondsen voor Joodse oorlogsslachtoffers en hun nabestaanden.
VBV c.s. stellen dat de belangen van oorlogsslachtoffers die geen polishouders waren onvoldoende worden gewaarborgd en dat zij zeggenschap wensen over de bestemming van de fondsen. Het CJO en het Verbond van Verzekeraars betwisten onrechtmatig te handelen en benadrukken dat de regeling zorgvuldig is getroffen en de Joodse gemeenschap breed vertegenwoordigd wordt.
De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van onrechtmatigheid jegens VBV c.s. omdat de belangen van polishouders zijn gewaarborgd via een storting in een stichting en de Joodse gemeenschap via het CJO adequaat vertegenwoordigd wordt. Het aangekondigde referendum is geen onderdeel van de overeenkomst, maar vormt geen reden tot weigering van de ondertekening.
De gevraagde voorziening wordt daarom geweigerd en VBV c.s. worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het verweer dat het Comité geen rechtspersoonlijkheid heeft, blijft buiten beschouwing.
Uitkomst: De gevraagde voorziening wordt geweigerd en VBV c.s. worden veroordeeld in de proceskosten.