ECLI:NL:RBAMS:1999:AA1031
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.G. van der Schroeff
- A. Wolfsen
- J. van Baars
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens medeplegen overtreding Wet toezicht effectenverkeer
De rechtbank Amsterdam behandelde op 1 april 1999 een ontnemingsvordering in een strafzaak tegen verdachte, die was veroordeeld voor medeplegen van overtreding van artikel 31a van de Wet toezicht effectenverkeer. De zaak betrof transacties in aandelen en opties die leidden tot een aanzienlijke winst, die de rechtbank als wederrechtelijk verkregen voordeel schatte op ƒ 96.775,-.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege disproportioneel en onzorgvuldig handelen, waaronder een lange periode van stilzitten en een late aanhouding van verdachte. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat geen schending van de goede procesorde had plaatsgevonden en dat de vervolging terecht was ingesteld.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 240 uur onbetaalde arbeid en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast legde zij de ontnemingsvordering op tot betaling van ƒ 96.775,- aan de Staat, bij gebreke van betaling te vervangen door 360 dagen hechtenis. De beslissing was gebaseerd op de artikelen 24d en 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot onbetaalde arbeid, voorwaardelijke gevangenisstraf en betaling van ƒ 96.775,- ontnemingsvordering.