II. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 3 november 1993 heeft de gemeenteraad (hierna: de raad) besloten de Boomen Bloemmarkt (hierna: de Bloemenmarkt) aan het Singel te Amsterdam op te heffen door middel van wijziging van de op de Bloemenmarkt betrekking hebbende verordeningen en het college van burgemeester en wethouders (hierna: b&w) uit te nodigen de uitvoering hiervan ter hand te nemen.
Vervolgens hebben b&w bij besluit van 27 januari 1995 besloten het bepaalde ten aanzien van de Bloemenmarkt in de "Verordening bepaling van de grenzen waarbinnen en de dagen en uren waarop de markten worden gehouden" in te trekken en het besluit van de raad van 3 november 1993 met terugwerkende kracht te doen ingaan op 1 oktober 1994.
Bij schrijven van 13 februari 1995 heeft de Directeur van de Dienst van het Marktwezen namens b&w aan eisers sub 1. en sub 2. medegedeeld dat hun sollicitantennummers voor de Bloemenmarkt aan het Singel met ingang van 1 oktober 1994 vervallen zijn verklaard.
Eisers sub 1. en sub 2. hebben tegen het schrijven van 13 februari 1995 op 7 maart 1995 respectievelijk 26 februari 1995 (ingekomen bij verweerder op 6 maart 1995) een bezwaarschrift ingediend.
Namens eiseres sub 3. heeft J. Pestman, secretaris van de CVAH afdeling Amsterdam, op 25 maart 1995 een bezwaarschrift ingediend. In dit bezwaarschrift is bezwaar gemaakt tegen het door de raad genomen besluit tot het opheffen van de Bloemenmarkt aan het Singel als markt, tegen het door b&w genomen besluit van 27 januari 1995 en tegen de mededeling van de Directeur van de Dienst van het Marktwezen van 13 februari 1995.
Bij het bestreden besluit van 26 september 1995 hebben b&w de bezwaren van eisers sub 1. en sub 2. niet-ontvankelijk verklaard en de bezwaarschriften doorgezonden naar de raad. Tevens is het bezwaarschrift van eiseres sub 3. naar de raad doorgezonden.
Namens eiser sub 1. heeft mr. P.H. Revermann, werkzaam bij het Juridisch en Bestuurlijk Adviescentrum te Amsterdam, tegen het besluit van 26 september 1995 beroep ingesteld bij beroepschrift met bijlagen van 12 oktober 1995 (procedurenummer AWB 95/9763 GEMWT) en de rechtbank op daartoe aangevoerde gronden verzocht het bestreden besluit te vernietigen en b&w te veroordelen tot vergoeding van de door eiser geleden schade, alsmede b&w te gelasten aan eiser een sollicitantennummer met gelijke anciënniteit voor een markt naar zijn keuze toe te kennen.
Namens eiser sub 2. heeft J.B. van der Meer, juridisch adviseur te Amsterdam, tegen het besluit van 26 september 1995 beroep ingesteld bij beroepschrift met bijlagen van 26 oktober 1995 (procedurenummer AWB 95/10282 GEMWT). In beroep is de rechtbank op daartoe aangevoerde gronden verzocht het bestreden besluit te vernietigen en b&w te veroordelen tot het vergoeden van de door eiser geleden schade.
Op 12 februari 1996 hebben b&w afschriften van de op de zaak met procedurenummer AWB 95/9763 GEMWT betrekking hebbende stukken ingezonden, alsmede een verweerschrift betrekking hebbend op de zaken met procedurenummers AWB 95/9763 GEMWT en AWB 95/10282 GEMWT ingediend.
Bij schrijven van 20 juni 1996 hebben b&w afschriften van nadere stukken in de zaak met procedurenummer AWB 95/10282 GEMWT ingezonden.
Bij het bestreden besluit van 18 september 1996 heeft de raad de bezwaren van eisers sub 1. tot en met sub 3. ongegrond verklaard en het primaire besluit van 3 november 1993 gehandhaafd.
Namens eiser sub 1. heeft mr. Revermann, voornoemd, tegen het besluit van 18 september 1996 beroep ingesteld bij beroepschrift met bijlagen van 14 oktober 1996 (procedurenummer AWB 96/11049 GEMWT). In beroep is op daartoe aangevoerde gronden vernietiging van het bestreden besluit gevorderd, alsmede dat de uitspraak van de rechtbank in de plaats treedt van het vernietigde besluit, met veroordeling van de gemeente Amsterdam in de kosten van de procedure en tot vergoeding van de door eiser geleden en nog te lijden schade.
Namens eiser sub 2. heeft Van der Meer, voornoemd, tegen het besluit van 18 september 1996 beroep ingesteld bij beroepschrift met bijlagen van 6 november 1996 (procedurenummer AWB 96/11823 GEMWT). In beroep is op daartoe aangevoerde gronden vernietiging van het bestreden besluit gevorderd, met veroordeling van de gemeente Amsterdam tot vergoeding van de door eiser geleden en nog te lijden schade.
Namens eiseres sub 3. heeft Pestman, voornoemd, tegen het besluit van 18 september 1996 beroep ingesteld bij beroepschrift met bijlagen van 13 november 1996 (procedurenummer AWB 96/11721 GEMWT) en de rechtbank verzocht het bestreden besluit te vernietigen.
Bij schrijven van 23 november 1996 heeft J.L.M. Cuelenaere, juridisch adviseur te Amsterdam en compagnon van Van der Meer, voornoemd, zich gesteld als medegemachtigde van eiser sub 2.
Op 10 juli 1997 heeft de raad een verweerschrift betrekking hebbend op de zaken met procedurenummers AWB 96/11049 GEMWT, AWB 96/11721 GEMWT en AWB 96/11823 GEMWT ingediend.
Bij schrijven van 24 juli 1998 heeft Pestman, voornoemd, een afschrift van een nader stuk in de zaak met procedurenummer AWB 96/11721 GEMWT ingezonden. Verweerders hebben op 24 augustus 1998, 1 september 1998 en 25 november 1998 afschriften van nadere stukken betrekking hebbend op alle beroepen ingezonden.
Bij schrijven met bijlagen van 2 september 1998 heeft mr. Revermann, voornoemd, de gronden van de beroepen met procedurenummers AWB 95/9763 GEMWT en AWB 96/11049 GEMWT aangevuld. Bij schrijven van 7 december 1998 heeft Van der Meer, voornoemd, de gronden van de beroepen met procedurenummers AWB 95/10282 GEMWT en AWB 96/11823 GEMWT aangevuld.
De zaken zijn gevoegd behandeld ter zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 18 december 1998, alwaar eiser sub 1. is verschenen bij mr. Revermann, voornoemd.
Eiser sub 2. is in persoon verschenen, bijgestaan door Van der Meer en Cuelenaere, voornoemd.
Eiseres sub 3. is verschenen bij Pestman, voornoemd.
Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. L. van Lierop en mr. K. van den Hurk, beiden werkzaam bij de gemeente Amsterdam.