ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4041
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- H.C. Naves
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid weigering kinderbijslag aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling die in Nederland heeft gewerkt maar geen rechtmatig verblijf had op de peildatum, ontving tot het derde kwartaal van 1998 kinderbijslag. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, stelde dat eiser niet langer verzekerd was ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden van rechtmatig verblijf zoals bepaald in de Vreemdelingenwet en het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden (KB 164).
Eiser had meerdere aanvragen voor verblijfsvergunningen ingediend, waaronder op grond van humanitaire redenen en medische behandeling, maar deze waren afgewezen. Ondanks langdurig verblijf en het ontbreken van een uitzettingsbevel, oordeelde de rechtbank dat op de peildatum 1 juli 1998 eiser niet rechtmatig in Nederland verbleef. Het beroep van eiser tegen de weigering kinderbijslag werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank overwoog dat het onderscheid dat de Koppelingswet maakt tussen eigen onderdanen en vreemdelingen gerechtvaardigd is en niet in strijd met het non-discriminatiebeginsel van de Samenwerkingsovereenkomst tussen Nederland en Marokko. Tevens werd geoordeeld dat het zorgvuldigheidsbeginsel niet was geschonden en dat het middel van weigering van kinderbijslag passend en evenredig was om illegaal verblijf tegen te gaan.
De uitspraak bevestigt dat rechtmatigheid van verblijf op de peildatum bepalend is voor het recht op kinderbijslag en dat latere rechtmatigheid geen terugwerkende kracht heeft. Het beroep werd daarom door de rechtbank afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van kinderbijslag wegens ontbreken van rechtmatig verblijf is ongegrond verklaard.