ECLI:NL:RBAMS:1999:AA4042
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Allewijn
- H.C. Naves
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag aan vreemdeling wegens onrechtmatig verblijf en toepassing Koppelingswet
Eiser, een Turkse werknemer die sinds 1991 in Nederland woont en werkt, kreeg vanaf het derde kwartaal van 1998 geen kinderbijslag meer toegekend omdat hij niet als verzekerde werd aangemerkt op grond van zijn verblijfsstatus. Verweerder baseerde dit op de Koppelingswet, die sinds 1 juli 1998 bepaalt dat vreemdelingen die niet rechtmatig verblijven niet verzekerd zijn voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verbleef omdat hij op 4 augustus 1998 een verblijfsvergunning had aangevraagd en zich beroepen op het Europees Verdrag inzake sociale zekerheid (EVSZ), het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB) en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder stelde dat eiser niet rechtmatig verbleef op de peildatum 1 juli 1998 en dat de weigering van kinderbijslag een legitiem middel was om illegaal verblijf te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het beslissend is of eiser op de peildatum rechtmatig verbleef, wat niet het geval was. De rechtbank achtte het onderscheid naar nationaliteit en verblijfsstatus weliswaar directe discriminatie, maar vond deze gerechtvaardigd door het legitieme doel van de Koppelingswet. De beroepen op EVSZ, EVSMB en EVRM faalden omdat de AKW buiten de materiële werkingssfeer van het EVSMB valt en het onderscheid proportioneel en geschikt is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de weigering van kinderbijslag over het derde kwartaal van 1998.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van kinderbijslag wegens onrechtmatig verblijf wordt ongegrond verklaard.